Eindelijk.. de vertaling is rond!! Voorlopig dan.. ;-)

Zie hieronder waar je je aan te houden hebt voortaan:

1. Ik erken dat het universum van de informatiecultuur snel verandert en dat archiefdiensten positief moeten reageren op deze veranderingen om bronnen en diensten aan te bieden die gebruikers willen en nodig hebben.

2. Ik stel mezelf op de hoogte van de informatiecultuur van mijn gebruikers en zoek naar manieren om wat ik leer te incorporeren in de diensten die mijn archiefdienst aanbiedt.

3. Ik ga kritiek op mijn archiefdienst niet uit de weg, maar houd een open blik op zijn positie en maak een eerlijke inschatting ten aanzien van wat bereikt kan worden.

4. Ik neem actief deel aan het positief ontwikkelen van mijn archiefdienst.

5. Ik erken dat archiefdiensten langzaam veranderen en werk samen met mijn collega's om sneller te reageren op verandering.

6. Ik durf te pleiten voor nieuwe diensten en nieuwe manieren om diensten aan te bieden, ook al bieden sommigen van mijn collega's weerstand.

7. Ik geniet van de opwinding en het plezier van positieve verandering en draag dit uit naar collega's en gebruikers.

8. Ik laat bestaande praktijken los als er een betere manier komt om dingen te doen, zelfs als deze bestaande praktijken ooit zo goed leken.

9. Ik kies een experimentele benadering ten aanzien van verandering en ben bereid fouten te maken.

10. Ik wacht niet tot iets perfect is voordat ik het vrijgeef en ik pas het aan op basis van reacties van gebruikers.

11. Ik ben niet bang voor Google of soortgelijke diensten, maar zet deze diensten in ten voordele van gebruikers, terwijl ik ook excellente diensten lever die gebruikers nodig hebben.

12. Ik vermijd dat gebruikers eerst thuis moeten raken in de terminologie en systematiek van de archivaris, maar geef diensten zo vorm dat die een weerspiegeling zijn van voorkeuren en verwachtingen van gebruikers.

13. Ik ben bereid om naar plaatsen te gaan waar gebruikers zijn, zowel online als fysiek, om mijn beroep uit te oefenen.

14. Ik ontwikkel open websites die het gebruikers mogelijk maken om samen met archivarissen inhoud te leveren, om daarmee hun leerervaring te verbeteren en hulp te bieden aan medegebruikers.

15. Ik lobby voor open toegangen die gepersonaliseerde, interactieve mogelijkheden bieden die gebruikers verwachten in online informatieomgevingen.

16. Ik moedig professioneel bloggen in mijn archiefdienst aan.

17. Ik bevestig, door mijn acties, de vitale en relevante taak van archivarissen in iedere toekomstige vorm van informatiecultuur.

Deze vertaling zal ook gebruikt worden voor een artikel dat we over deze community hopen te publiceren in het Archievenblad. En er zijn nog meer mogelijkheden. Maar het is alweer laat vanavond, dus dat komt een andere keer wel weer!

Je kunt hier de defnitieve versie downloaden, inclusief de Engelse tekst nog.

Weergaven: 585

Hierop reageren

Berichten in deze discussie

Hallo Christian,

Ziet er goed uit! Klopt het dat je een selectie hebt gemaakt? Ik mis een heel stuk uit het midden, waaronder

I will let go of previous practices if there is a better way to do things now, even if these practices once seemed so great.

* I will take an experimental approach to change and be willing to make mistakes.

* I will not wait until something is perfect before I release it, and I’ll modify it based on user feedback.

* I will not fear Google or related services, but rather will take advantage of these services to benefit users while also providing excellent services that users need.

* I will avoid requiring users to see things in archivists’ terms but rather will shape services to reflect users’ preferences and expectations.

* I will be willing to go where users are, both online and in physical spaces, to practice my profession.

* I will create open Web sites that allow users to join with archivists to contribute content in order to enhance their learning experience and provide assistance to their peers.

Een aantal van deze zijn juist het meest controversieel en daarom misschien het meest waardevol om discussies uit te lokken.
Yvette, ik heb inderdaad een selectie gemaakt.. maar dat was niet de bedoeling hoor!

Gisteren was Ning zo traag als stront - zelfs thuis, waar het normaal alleen op het werk wat tegenstribbelt - en bij het kopiëren en plakken vanuit de pdf heb ik een pagina overgeslagen, denk ik.

Op een gegeven moment stond dit bericht wel vier keer online! Vanmorgen heb ik dat nog ongedaan gemaakt. Allemaal erg web 2.0.. ha, ha! :-)

Maar goed, ik heb nu de volledige vertaling erop gezet. Zie boven.
Het is een mooie vertaling geworden. Wat ik niet helemaal begrijp is waarom de archivarissenversie van de bibliothecarissenversie is afgesplitst. Was het niet logischer geweest de bibliothecarissencode te verbreden naar alle informatieprofessionals
Theo.
Dat zou inderdaad logischer zijn geweest. Ik weet eigenlijk ook niet waarom die oorspronkelijke Engelse versie voor archivarissen is gemaakt. En of dat er toen al contact was geweest over een gezamenlijk manifest. Ik zou dat eens moeten navragen.

Het feit dat het van mekaar overnemen van die geboden zo makkelijk gaat, zegt eigenlijk al genoeg.. natuurlijk! Als ik iets meer weet, dan meld ik het hier weer!
Toch ook maar even gekeken in het Manifest voor de Archivaris 2.0 waaraan ik me te houden heb. De meeste statements kan ik wel onderschrijven. Maar met de volgende heb ik moeite. Niet wegens de intentie, maar om me eraan te houden. Als katholiek weet ik uiteraard dat er een groot verschil zit tussen intentie en werkelijke aktiviteiten. De geest is immers geduldig, maar dat vlees ...

"Ik vermijd dat gebruikers eerst thuis moeten raken in de terminologie en systematiek van de
archivaris, maar geef diensten zo vorm dat die een weerspiegeling zijn van voorkeuren en
verwachtingen van gebruikers."

Ik wil wel onderschrijven dat ik ernaar strééf om jargon c.a. te vermijden, maar in de praktijk is dat zo lastig. Begrippen die je al ruim dertig jaar gebruikt zijn zó gewoon geworden, dat je niet meer merkt dat het jargon is. En ga eens na, al die toegangen die we met z'n allen de afgelopen honderd jaar hebben gemaakt. Die zouden eigenlijk ook hertaald moeten worden. Maar daarvoor maken we geen tijd vrij. Bij ons (NA) geldt: eerst maar alles digitaal beschikbaar, zoals het er nu bijstaat, met alle daaraan klevende feilen, en in het procrustesbed van de standaardpresentatie. Daarna zien we wel weer.

Bovendien zijn sommige zaken zelf gewoon erg ingewikkeld. Leg maar eens uit hoe de financiële administratie van de rijksoverheid in het begin van de negentiende eeuw in elkaar zit. En daarvan moet je toch echt iets weten als je informatie in de restanten van de rijksboekhouding tegenkomt en de gegevens wilt duiden. De gewone, gemiddelde websurfer zal hiermee niet zoveel kunnen, en als hij/zij het niet begrijpt, zal die gewoon wegklikken. Gelukkig voor ons allemaal is dergelijke info nog steeds niet digitaal beschikbaar, maar lang zal dat niet meer duren.

Voor mij is de grootste uitdaging dan ook het presenteren van informatie over en uit archieven in een zo begrijpelijk mogelijke vorm. De context moet nodig zijn bij het stellen van de vraag, maar gegeven worden bij het antwoord. En het antwoorfd moet beschikbaar zijn wanneer de vraag gesteld dreigt te worden. Hoe? Wist ik het maar. Over zoekmachines hoeven we ons niet zo druk te maken. Dat doen de techneuten wel voor ons. Ook het digitaliseren van documenten zal een kwestie van veel tijd en dus geld zijn. Maar wat moet een gebruiker als een document na een zoekaktie zo maar op het scherm verschijnt. Wat moet 'ie ermee, wat betekent het, gesteld dat 'ie het al kan lezen. Hoe geef je als archivaris relaties aan die bestaan tussen documenten, tussen documenten en personen die bij de vervaardiging ervan betrokken zijn. Hoe geef je de betrouwbaarheid aan van informatie in documenten opgeslagen. Kortom hoe duidt je de betekenis, zonder te interpreteren.

Maar goed, ik zal proberen het de gebruikers zo gemakkelijk mogelijk te maken. Maar ik zal de diensten op basis van archieven nóóit zo weergeven dat daarbij essentiële informatie over de duiding verloren zal gaan. Als iets moeilijk is, zal de gebruiker er dus moeite voor moeten doen. Zo niet, jammer voor hem/haar.
Zoals Albert Einstein schreef: "Alles sollte so einfach wie moglich gemacht werden, aber nicht einfacher. "Theo Thomassen.
Ik denk dat je dat manifest inderdaad meer moet zien als iets om naar te streven.. als een intentieverklaring of zo. Een manifest als dit moet inspireren en motiveren.. niet knellen en beangstigen.. ;-)

Wat we met z'n allen in het verleden hebben gedaan, da's prima. Ik heb gemerkt dat veel archivarissen - of ik kom in de verkeerde kringen - de neiging hebben om bij iedere nieuwigheid, die met terugwerkende kracht overal toe te willen passen. Een nieuwe kleur etiket betekent dan het ompakken van het hele archief.. even kort door de bocht.

Die oude archieven moeten we dus voorlopg maar zo laten. Naar de huidige maatstaven zijn de toegangen misschien niet meer bij de tijd, maar er is nog voldoende ontoegankelijk materiaal om ons over te buigen.. en dat kunnen we dan mooi meteen op de nieuwe manier doen.

Ik denk dus dat deze regel van het manifest vooral een nieuw perspectief wil laten zien. Waar in vroeger tijden misschien al heel snel de gedachte was 'archief is nu eenmaal moeilijk, daar kunnen we niks aan doen, dus deal with it or be gone', zullen we vanaf nu beter moeite doen om het toch wat te vergemakkelijken. En wat dan echt niet kan, dat kan dan echt niet. Soit.

Maar met wat goede wil, komen we, denk ik, een heel eind. Verder dan we misschien nu denken.
Oh.. da's een hele mooie. Ik had daar een paar alinea's voor nodig.. ;-)
Wat mij in dit betoog treft zijn de volgende zinnen:
"Hoe geef je als archivaris relaties aan die bestaan tussen documenten, tussen documenten en personen die bij de vervaardiging ervan betrokken zijn. Hoe geef je de betrouwbaarheid aan van informatie in documenten opgeslagen. Kortom hoe duidt je de betekenis, zonder te interpreteren."

Ik denk dat nu juist een van de kernpunten is dat we dat als archivaris niet teveel moeten doen. Laat de gebruiker die verbanden leggen, de links maken. Een onderzoeker, want daar hebben we het uiteindelijk toch over, of het nu een professional is of een amateur, bouwt kennis op over documenten en archieven die wij als archivaris niet kunnen opbouwen en ook niet moeten opbouwen.
Wij moeten monitoren, stimuleren en motiveren. De gebruikers verleiden om hun kennis aan onze database toe te vertrouwen waardoor de informatie (nieuwe?) context krijgt. Een onderzoek of een vraagstelling kan een hele andere betekenis geven aan documenten dan wij als archivaris kunnen bepalen.
Als wij ons beperken tot een basaal beschikbaarstellen en de gebruikers kunnen verleiden tot het toekennen van context (buiten die van de organisatie, het archiefschema en wat al dies meer zij), dan kunnen we heel veel winst maken.
Ik denk dat ik het in grote lijnen met Henny eens ben.
Ik ben toch een beetje een 2.0-scepticus en las toevallig vandaag een recensie waar mijn bezwaren in omschreven werden. Andrew Keen heeft The Cult of the Amateur geschreven, waarvan de strekking blijkbaar samengevat kan worden als: "De interdemocratie is zover doorgeschoten dat de woorden van een wijs man nu niet meer waard zijn dan het gestamel van een dwaas."
Met andere woorden: uiteraard moeten onderzoekers in staat gesteld worden zelf stukken te interpreteren, maar we moeten er niet van uit gaan dat zij dit 'zo maar' kunnen. Niet dat ik arrogant ben, maar ik geloof toch dat wij als archivarissen beter in staat zijn om archieven te (her)ordenen en beschrijven dan 'onderzoekers':
wij zijn ervoor opgeleid EN hebben geen inhoudelijk belang. (Zie ook de strekking van de ethische code)
Als wij het niet beter zouden doen dan de rest van de mensheid, dan zou ons beroep toch niet noodzakelijk zijn?

Aan de andere kant, ik denk dat het manifest ook bedoelt te zeggen dat we methoden moeten zoeken om onze inhoudelijke kennis over te brengen op onderzoekers op een manier die zij 'prettig' vinden. Zo zou je relaties tussen documenten en personen kunnen weergeven zoals Youtube dat doet (een beetje zoals de aquabrowser en ik moet toegeven dat Youtube nog niet ideaal werkt. Je krijgt nog al rare relaties, maar dat is 2.0: ook als het niet optimaal werkt publiceren)

Ik ben het helemaal niet met je eens Ingmar.
Wij beschrijven een serie notulenboeken. Een onderzoeker leest ze en kent veel meer van de inhoud dan wij ooit zullen kennen. Die onderzoeker zou zijn kennis over die inhoud moeten delen via de beschrijving. Via een tekstveld of weet ik wat. Daar moeten we het nog maar eens over hebben.
Je kunt toch niet serieus zeggen dat wij als archivaris meer kennis van archieven hebben dan een onderzoeker die een groot deel van zijn tijd doorbrengt met het daadwerkelijk tot zich nemen van de inhoud van de stukken. Dat doen wij als archivarissen toch helemaal niet??? Wij weten meer over archieven, de structuur, de systematiek, de oude orde, maar de inhoud? Nee, daar geloof ik helemaal niets van.

We ondervinden het trouwens dagelijks. Bezoekers wijzen ons continue op onjuistheden in onze beschrijvingen, dateringen, benamingen e.d.

Interpretatie van stukken is zowiezo iets wat een archivaris volgens mij niet "mag". Objectiviteit is juist onze kracht denk ik. De onderzoeker interpreteert. En een andere onderzoeker mag gewoon weer een andere interpretatie geven. Dat is ieders recht. Daar gaan wij niet over. Maar in plaats van dat mensen in een blog iets beweren zonder de bewijsstukken er bij te leveren, kan dat nou juist bij een archief wel. Een ander kan altijd de bronnen opnieuw bekijken en tot een andere conclusie komen. Of andere bronnen combineren of bronnen anders combineren.

Internetdemocratie en zo, dat zijn holle termen. Natuurlijk heeft Andrew Keen groot gelijk als hij wijst op de nuancering van dat soort terminologie. Maar onze bezoekers, diep ingelezen in de materie, kunnen ons helpen bij het veel beter en dieper ontsluiten van de rijkdom van onze archieven. En dat is werk waar wij als archivarissen zelf nooit aan toe zullen komen.
Tenzij we natuurlijk ook een deel van ons werkbaar leven mogen besteden aan het doen van onderzoek! Zoals in die goede oude tijd...;-)
De discussie is een kant opgegaan, enigszins afwijkend van de door mij aangekaarte problematiek. Om die in herinnering te brengen: ik heb beweerd dat ik moeite heb met het naleven van de volgende regel:

"Ik vermijd dat gebruikers eerst thuis moeten raken in de terminologie en systematiek van de archivaris, maar geef diensten zo vorm dat die een weerspiegeling zijn van voorkeuren en verwachtingen van gebruikers."

Het gaat hierbij dus om systematiek en terminologie. Niet om het inhoudelijk ontsluiten van archiefbestanddelen en series. Daarbij kunnen gebruikers ons zeer ter wille zijn. Maar je mag m.i. niet verwachten dat gebruikers gaan onderzoeken hoe een administratie in elkaar gezeten heeft, en gaan uitleggen hoe de neerslag ervan gebruikt moet worden. Dát duidelijk maken is een typische taak van de archivaris. Als je dus een dienst, bijvoorbeeld in de vorm van een archiefbeschrijving aanbiedt, moet die dus aangepast zijn aan de verwachtingen van de gebruikers. Welke die precies zijn ten aanzien van archiefbeschrijvingen weet ik helaas niet exact. Maar wat ik wél weet is dat de beschrijvingen in helder en beknopt Nederlands moeten zijn geformuleerd. Een beschrijving moet aangeven wat je ongeveer van het beschreven archiefbestanddeel kan verwachten en, als dat niet zonder meer duidelijk is, hoe je het moet gebruiken.
In de toegevoegde bijlage een voorbeeld van wat ik bedoel. Vorig jaar ontvingen we van het Kabinet der Koningin (KdK) een serie registers als aanvulling op de verzoekschriftenadministratie. De beschrijving (A) voldeed kennelijk aan minimale eisen die bij overbrenging gesteld worden, maar voor een onbevangen gebruiker was volstrekt onduidelijk wat er met het materiaal bedoeld werd. Dus heb ik een poging gewaagd de beschrijving van die serie te verhelderen (B). Daarmee is, hoop ik, de systematiek van het archiefsysteem van het KdK duidelijker gemaakt en zullen er meer gebruikers zijn die het materiaal gaan gebruiken. Of juist niet omdat hen duidelijk is dat er niet in te vinden is wat ze zoeken.
Onze toegangen, die we nu zoveel mogelijk op het internet plaatsen, blijken heel vaak niet te voldoen aan deze eis. Je moet als gebruiker wél de terminologie en de systematiek van de archiefvormer resp. archivaris kennen. We zijn toch verplicht onze toegangen aan te passen aan de nieuwe omgeving van het internet. Inderdaad, Christiaan, met terugwerkende kracht. Dat zal wel effe duren. Maar met nieuwe systemen, en daarmee bedoel ik dus niet uitsluitend digitale, moeten we meteen rekening houden met de voorkeuren en verwachtingen van gebruikers door die systematiek te vereenvoudigen of uit te leggen in een zo algemeen mogelijke terminologie.
Bijlagen:

Antwoorden op discussie

RSS

Zoeken in Archief 2.0

Loading

© 2017   Gemaakt door Archief 2.0.   Verzorgd door

Banners  |  Een probleem rapporteren?  |  Algemene voorwaarden