We weten weinig van digitale archiefgebruikers, maar toch stellig dat ze in één keer dwars door al onze collecties willen kunnen zoeken. “Zoals Google” zeggen we dan. Zoeken in alles. Maar waaruit bestaat ‘alles’? Wat betekent ‘zoeken’ daarin? En weten gebruikers dit ook?

Google kunnen we in deze afschrijven, zoveel wijzer zijn we al. Archieftoegangen stellen ons van oudsher in staat systematisch vanuit hun ontstaanscontext te zoeken naar documenten, maar zijn doorgaans ongeschikt om er “zoals Google” mee te zoeken naar informatie daarin, laat staan ‘alle’. Natuurlijk kunnen we Google-look-a-like interfaces om ons toegangenapparaat heen knutselen. Zolang onder de motorkap daarvan gedigitaliseerde papieren boekjes blijven zitten, creëren we zo een schijntoegankelijkheid en doen onderzoekers tekort. Ook al beseffen ze dat zelf niet; voor echte archivarissen des te erger. De klassieke inventaris is al meermaals doodverklaard, maar een digitale opvolger is nog niet geboren.

Google is dus niet heilig, maar luisteren naar gebruikers doen ze daar verdomd goed. En luisteren kan met vele soorten oren. Blijken bijvoorbeeld de blauwe linkjes in advertenties in hun zoekmachine van een tikkeltje andere tint blauw dan de blauwe linkjes in hun mailprogramma? Dan laten ze een vormgever dat niet gelijktrekken. Nee, dan laten ze eerst testen op welke tint blauwe linkjes gebruikers het allerliefst klikken.

Archivarissen verkopen geen advertenties, maar we willen wél onze archieven aan de man brengen. Dus zullen we onze gebruikers moeten leren kennen, we zullen naar ze moeten luisteren, met alle oren die we hebben.

In 2009 praatte de branchevereniging daarom met focusgroepen van (potentiële) archiefbezoekers. Gespreksonderwerp waren hun wensen, ervaringen en belemmeringen ten aanzien van digitale archiefdienstverlening. Boeiend om terug te luisteren. In discussies over zoeken in alles worden deze gesprekken vaak aangehaald, want dat gebruikers het zo willen, hebben we onder andere uit die gesprekken afgeleid.

Maar het werken met focusgroepen kan misleiden. De kans op een vertekend beeld door groepsprocessen (conformeren, polariseren etc.) tijdens gesprekken is groot. Ook bestaat er vaak een kloof tussen intenties en daadwerkelijk (toekomstig) gedrag van gespreksdeelnemers.

Als ik ons mam laat vertellen of zij graag zoekt in twintig verschillende databases of liever alles in dezelfde zoekmachine, dan gaat ze voor de laatste optie. Maar toch, als ik luister naar de statistieken van onze website, blijkt zoeken in alle archieven ineens, een stuk minder populair dan kiezen voor de meer dan twintig specifieke zoekingangen in diezelfde archieven.

Dit zegt allemaal nog niks. De vraagstelling aan ons mam was anders dan tijdens het focusgesprek. En onze statistieken zijn vertekend door een harde werkelijkheid: los van het zoeken in alles, maken we vervolgens met z’n allen alsnog een potje van het presenteren van alles wat langs die weg gevonden wordt.

Zoeken in alles betekent op archiefwebsites vaak dat er wordt gezocht in alles, dat er wordt gevonden dat er in alles wel iets zit, waarna je op alles moet klikken om specifiek verder te vinden. Of erger, dat alles wat wordt gevonden met alles ineens wordt gepresenteerd op een manier waar een gebruiker geen touw aan kan vastknopen. Je verloren zoeken naar relevantie. Misschien is specifiek zoeken slechts door trial-and-error gedreven tot minst slechte zoekstrategie verheven. Ons collectieve gebrek aan beter.

Een pleidooi om af te stappen van zoeken in alles? Nee, een pleidooi om af te stappen van het reflectieloos bouwen van zoeksystemen. Een pleidooi om niet slechts met een half oor te luisteren naar gebruikers, voor het ontwikkelen van daadwerkelijk digitale toegangen en in de tussentijd niet het kind met het badwater weg te spoelen.

Zoeken in alles. Als je denkt dat je er bent, sta je nog niet aan het begin.

Deze column verscheen in het Archievenblad (jaargang 121, nummer 7, 2017). Tekening: Niels Bongers.

Weergaven: 147

Reactie van Roelof Braad op 4 September 2017 op 20.51

Gelijk heb je! Zoeken in alles is alleen nuttig als je geavanceerd subvragen kunt stellen om te preciseren. Voordat je echt alles bij die zoekvraag vindt bij de archiefinstellingen moet er aan de ontsluiting nog heel wat verbeterd worden. In feite zou voor de vindbaarheid van bronnen voor historisch elk stuk met een goede beschrijving en metadata ontsloten moeten zijn. Blijft echter een utopie om dat te realiseren. Dus de top-down benadering via (inhoudsopgave van) de (klassieke) archiefinventaris en de taakomschrijving van de archiefvorming zal wel nog een tijdje de meest geëigende methode zijn om het nodige bronnenmateriaal te vinden. Zou als (dé?) zoekmethode wat prominenter aan de digitale studiezaalbezoeker gepresenteerd mogen worden.

Reactie van Christian van der Ven op 5 September 2017 op 21.23

@Roelof: Eigenlijk suggereren en promoten we we door het aanbieden van Google-achtige zoekopties de mogelijkheid van een manier van zoeken waar ons toegangenapparaat nog nauwelijks geschikt voor is, en verzwijgen we tegelijkertijd de manier van zoeken waar dat apparaat bij uitstek wél voor is ontworpen. Want die laatste manier, die begrijpt de gebruiker niet. We zijn een bijzonder stel vakgenoten :-) Kortom: uitleggen hoe de moeilijke 'manier' van zoeken werkt, of een toegang ontwerpen waarop de 'makkelijke' manier van zoeken wél werkt. Alles ertussenin is half werk.

Reactie van Anneke van Waarden-Koets op 18 September 2017 op 9.25
Uitleg van de top-down-benadering bij het zoeken werkt wel, alleen nemen onderzoekers/gebruikers er niet altijd de tijd voor. Alles moet snel, snel, snel, ook zoeken en vinden. Maar tijdens zoekinstructies die ik geef aan scholieren en studenten (en tegelijkertijd ook aan docenten) werpen toch wel vruchten af en vormen zelfs de motivatie om nog eens opnieuw te gaan zoeken of men niets heeft gemist. Dus inderdaad, zolang archieven nog niet stuksgewijs toegankelijk zijn en via voldoende relevante metadata gevonden kunnen worden, blijft het zaak de 'moeilijke manier van zoeken' onvermoeibaar uit te leggen en toe te lichten.
Reactie van Christian van der Ven op 22 September 2017 op 14.11

@Anneke: Helemaal eens met je. Uitdaging is nu om die uitleg te integreren met de digitale toegangen en hulpmiddelen, zodat deze ook bereikbaar wordt voor degenen die níet het voordeel genieten van onze persoonlijke zoekinstructies.

Reactie van Janna Leguijt op 3 Oktober 2017 op 14.54

Het blijft een uitdaging:  de bezoekers/onderzoekers/gebruikers komen met een bepaalde verwachting naar onze internetomgevingen en wij bieden wat anders....  Wat moeten we doen? Verwachtingen managen en/of ons aanpassen aan de verwachtingen??? Een optie zou kunnen zijn om als sector wat eenduidiger naar buiten te treden, zo dat de bezoeker zich niet elke keer door een nieuwe site moet worstelen. Samenwerking is dus het devies.

Reactie van Christian van der Ven op 4 Oktober 2017 op 10.39

@Janna: Als jullie de site van het RHCe dan om te beginnen aanpassen naar voorbeeld van het BHIC, dan zijn we in Brabant alvast een stuk op weg ;-)

Serieus, dan bestaat het probleem natuurlijk nog steeds. Zelfs al zouden we allemaal via dezelfde interfaces of zelfs via dezelfde website gaan werken. Dat neemt het probleem niet weg.

Samenwerking helpt natuurlijk wél in de verenigde kracht die we kunnen gebruiken om het probleem op te lossen. Niet allemaal hetzelfde wiel hoeven uit te vinden, dat soort waarheden. Daarin vinden we elkaar wel. (En hadden wij elkaar toch al wel gevonden hè.)

Opmerking

Je moet lid zijn van Archief 2.0 om reacties te kunnen toevoegen!

Word lid van Archief 2.0

Zoeken in Archief 2.0

Loading

© 2017   Gemaakt door Archief 2.0.   Verzorgd door

Banners  |  Een probleem rapporteren?  |  Algemene voorwaarden