Gisteren deel genomen aan een discussiemiddag op het IISG te Amsterdam van het Platform Particuliere Archieven over de selectiemethoden. Charles Jeurgens hield een korte inleiding over zijn ervaringen en terugblik op 'zijn' Gewaardeerd Verleden'. Ik heb in mijn tweet van gisteren aandacht gevraagd voor de opening van Charles: "Een van de centrale vragen bij de selectie van archieven luidt: 'hoeveel geld''  heeft de overheid over voor de recht en bewijszoekende burger". Ik vind dit de kern van het selectievraagstuk: de recht en bewijszoekende burger, en ben dan ook oprecht verheugd Charles aan mijn zijde te vinden.

Heel kort door de bocht. De eerste twee jaar van een afgesloten proces dient de recht en bewijszoekende burger terug te kunnen vallen op de WOB, daarna horen alle blijvend te bewaren dossiers thuis in een openbare archiefbewaarplaats onder de AW95. Althans volgens mijn waarden en normen. Twee jaar na afloop van de zaak is het directe individuele belang wel voorbij en begint het  metavraagstuk: hoe ging de overheid om met de burger en de burgers met de overheid. Uiteraard realiseer ik me dat er processen zijn waarbij de twee jaar grens voor individuele burgers niet werkt, ik concentreer me nu op de regel en niet op de uitzonderingen (moeten wel geregeld worden!).

Ik was het gisteren helemaal met Charles eens dat de lodenlast van alle reeds gevormde analoge archieven -de 800 strekkende kilometer rijksoverheidsarchieven plus de boelveelmeer kilometers van de rest van de overheid- het selectievraagstuk volledig heeft gekaapt en ons het zicht beneemt op de echte vraagstukken. Die boelveel ellende is m.i. heel eenvoudig op te lossen: pak de staatsalmanak, verzamel drie slimme moedige archivarissen die keuzes kunnen en durven maken en de selectievraag is opgelost. Neem vervolgens een echt inventarisatie-productieteam in de arm en de toegankelijkheid van die archieven is echt binnen een paar jaar opgelost.

De echte selectievragen liggen bij de digitale archieven. Selecteren is daar overleven. Wat willen we bewaren en van wie (welke archiefvormer in klassieke taal) vormen de kern. Gisteren merkte Nico van Egmond (Nationaal Archief) snedig op dat deze laatste vragen -wat en van wie- niks met analoog en digitaal te maken heeft, maar met een bredere vraag 'willen we een Collectie Nederland vormen en hoe doen we dat dan? In de discussie na deze intelligente opmerking bleek mij al snel dat we die twee vragen vanuit de Thorbecke reflex gaan beantwoorden. Het rijk voor het rijk, de provincie voor de provincie, etc. Lijkt me een domme en nutteloze aanpak.

In de Almanak van het Nederlands Archiefwezen staan de openbare archiefbewaarplaatsen keurig naast de overige archiefbeherende instellingen en documentatiecentra. Die infrastructuur draagt al jaren vruchtbaar bij aan het vormen van de Collectie Nederland. Gelukkig is er een tendens onder de overheidsinstellingen om aan schaalvergroting te doen met andere woorden daar verdwijnt Thorbecke als vanzelf onder het tapijt. Als die op schaalgrootte gebrachte instellingen vervolgens de verwerving van particuliere archieven echt gaan afstemmen met de documentatiecentra, dan wordt Nico’s droom ietsje reëler.

Dat vraagt weer om leiderschap in alle instellingen. Gelukkig was er gisteren aanstromend pluch –nee geen namen- die zelf de gedragscomponent van de beroepsgroep als grootste belemmering aanbrachten.

En daar is mijn gestrekte been op gericht: leiderschap. Kom eens uit die verstikkende koker van je eigen organisatie, aanschouw het landschap, besef dat keuzes gemaakt moeten worden –in goede en slechte tijden- en maak die keuzes, en wel in gezamenlijkheid. Laat 1 + 1 nu eindelijk eens 5 zijn in plaats van -1.

Helaas wist ik gisteren ook een verkeerd goed voorbeeld te noemen. De politiek selecteert ook door (financiële) middelen toe te wijzen of juist niet. Ik vind dat op prima, in onze democratische rechtstaat ligt het budgetrecht nu eenmaal bij de volksvertegenwoordigers. Helaas zaten er in de zaal, de slachtoffers van –in dit geval Zijlstra- waarvan de subsidies zijn ingetrokken, en de bestemming van de collecties tot de dag van vandaag onduidelijk is. Niemand in de zaal heb ik iets horen roepen over ‘die collectie mag bij mij komen of die collectie past niet in de Collectie Nederland’. Keuzes maken is echt een zaak van gestrekte benen!

 

Weergaven: 548

Reactie van Sylvia Bakker - Kempen op 16 November 2012 op 16.23

Goede keuzes maken doen we op basis van kennis. Hier betreft het ook gedeelde kennis. Kennis van een oude beroepsgroep met de kennis van een beroepsgroep die nog redelijk 'jong' is. Tussen systeembeheerders en erfgoed begint langszaam een huwelijk te onstaan. En daar is inderdaad lef voor nodig, of in dit geval, leiderschap.

Reactie van Petra Links op 17 November 2012 op 14.04

Mooi blog: lef, leiderschap en met een open mind keuzes maken en samenwerking bevorderen. Ik kan het er alleen maar mee eens zijn. Toch ook een aanvullende vraag. In je eerste alinea sluit je je aan bij Jeurgens waar het gaat om over ‘hoeveel geld’ de overheid over heeft voor de ‘recht en bewijszoekende burger’. Hoe breed zie je dat ‘recht en bewijszoeken’? En omvat het ook (historisch) wetenschappelijk onderzoek, waarbij deze link misschien niet altijd concreet te leggen is of sprake is van een bredere vraagstelling?

Reactie van Max Beekhuis op 17 November 2012 op 14.29
Petra, voor mij is historisch onderzoek geen doel voor het bewaren van archieven. Historici moeten het m.i. doen met wat we bewaren in het kader van recht en bewijs / hoe ging de NV Nederland om met Nederlanders en de Nederlanders met hun NV. Met die stelling word je niet populair onder historici heb ik ervaren, maar leg je wel een bodem in de discussie over waarderen. Charles doet met trendanalyses, risicoprofielen, Hotspots e.d. Ook een poging om bodem te zoeken / leggen in de waarderingsdiscussie. Of we precies het zelfde bedoelen weet ik niet, maar het ligt dicht bij elkaar schat ik in. Ik raak ook een beetje geïrriteerd door archivarissen die de Charles ideeën en/of de PIVOT ideeën te moeilijk vinden of nodeloos ingewikkeld. Waarderen is niet eenvoudig er bestaan geen eenduidige recepten nadenken en kiezen moet altijd. Fouten zullen er altijd worden gemaakt, maar zoals Roelof Hol, rijksarchivaris PIVOT, ooit eens zei:"Ik vind het niet erg als er busladingen met historici naar mijn graf komen om er op te spugen, zolang ik in mijn grafsteen de uitgangspunten van mijn waarderingsbeleid maar heb gebeiteld". Uitdagend en (te erg provocerend) heb ik daar destijds aan toegevoegd dat historici toch alleen maar onderzoek doen naar vragen waar voldoende bronnenmateriaal van voorhanden is. Dat zou ik nu niet meer zeggen, ik begrijp de zorg van historici wel (altijd wel gedaan) onderschrijf het verwijt van keurslijf van de selectie waarin we zaten ook. Betreur het echter wel dat m.u.v. Paul Klep niemand zijn nek uit steekt.
Zag je donderdag ook weer, wel klagen maar niks aan de oplossing bijdragen. Gedrag dus; en dus weer gestrekte benen.
Reactie van Luud de Brouwer op 17 November 2012 op 15.28

Dat snijdt allemaal hout Max. Het is zaak om de vermolmde structuur van binnenuit te vervangen door een nieuwe degelijkheid. Nu nog genoeg mensen vinden die niet alleen op de winkel willen passen maar risico's durven nemen. Daar zijn overigens niet alleen archivarissen van goede wil voor nodig, maar zeker ook bestuurders. 

Ik weet al wat ik vanavond voor verlanglijstje in mijn schoen stop.

Reactie van Sylvia Bakker - Kempen op 19 November 2012 op 9.03

Wat een waardevolle discussie vind ik dit. Historisch onderzoek is voor mij een doel voor het bewaren van archieven, maar niet het voornaamste doel. Graag kijk ik ruimer; bij cultuurhistorische kunstschatten (oa Hermitage, Louvre, Smitsonian's!) gaat het er niet alleen om "hoeveel geld de overheid" over heeft voor de 'recht en bewijszoekende burger' maar ook welke behoefte de maatschappijk heeft. Particuliere initiatieven hebben hierbij altijd een grote rol gespeeld, waarbij zoveel mogelijk kennis wordt gedeeld met een groot deel van de bevolking. Mooi dat een aantal bestuurders dit hebben ingezien.

Uitdagend zeker, maar of het te erg provocerend is om te zeggen dat historici vooral onderzoek doen naar vragen waar voldoende bronnenmateriaal van voor handen is? Een redelijke en ook logische constatering lijkt mij; 1. er zijn voldoende bronnen, 2. deze bronnen kunnen nog nader onderzocht worden. Misschien de vraag en het aanbod (nog) beter op elkaar afstemmen?

Een uitdaging is aanvullingen op bestaande digitale bronnen. Een later aangeboden particulier archief (bijvoorbeeld van een oud minister) kan een eerdere weergave van zijn handelen later anders invullen. Het leggen van de juiste verbanden was/is vakmanschap van de archivaris. Het koppelen van de digitale bronnen is tevens onderdeel van de waarderingsdiscussie.

 

Reactie van Petra Links op 20 November 2012 op 9.36

Ja, zeker een waardevolle discussie die me aan het denken zet. Er zijn twee dingen die hierbij in mijn hoofd steeds terugkeren.

Het eerste is de opmerking van @Max dat ook de politiek selecteert ‘door (financiële) middelen toe te wijzen of juist niet’. Ja, dat is zeker het geval, maar liever zou ik willen zeggen dat de maatschappelijk selecteert en waardeert en dat deze dynamiek in het domein van de particuliere archieven steeds meer op de voorgrond wordt geplaatst door de bezuinigingen van overheidswegen. Het inspelen op deze dynamiek, door het creëren van draagvlak bij communities in combinatie met de door Jaap Kloosterman op 15 november bepleitte flexibiliteit, is hierbij m.i. één van de belangrijkste ‘uitdagen’. Historici hebben zich in het verleden erg creatief getoond bij het organiseren van hun eigen bronnen. Het meest voor de hand liggende voorbeeld is misschien wel de historicus prof. N.W. Posthumus die o.a. het Nederlandsch Economisch Historisch Archief (NEHA) oprichtte met als belangrijkst taak ‘het verzamelen, bewaren en bewerken van bronnenmateriaal dat van belang kan worden geacht voor de economische geschiedenis van Nederland en zijn koloniën in de ruimste zin des woords’. Voor wat betreft het aanleggen van dergelijke particuliere collecties ligt de actieve samenwerking tussen historici en collectiespecialisten (archivarissen) voor de hand, en deze is ook zeker aan de orde van de dag bij veel categoriale instellingen.

Voor wat betreft het domein van de overheidsarchieven en het waardering- en selectievraagstuk vind ik het moeilijk te bepalen wat de implicaties voor het historisch onderzoek zijn als dit wordt beperkt tot de bewaring ‘in het kader van recht en bewijs / hoe ging de NV Nederland om met Nederlanders en de Nederlanders met hun NV’. Wat blijft er dan concreet over en wat gaat er verloren? En is dit ook een relevante selectie voor wetenschappelijk onderzoek? Maar dit lijkt me iets te groot voor deze online-discussie J De kloof tussen historici op dit vlak die @Max beschrijft betreur ik mede en wordt ook ondersteund in recente (internationale) literatuur. Maar tegelijkertijd vind ik het moeilijk en jammer om hier genoegen mee te nemen.

Reactie van Max Beekhuis op 20 November 2012 op 10.05

Petra, toch even reageren op je bijdrage. Ik vind het prima dat de documentatiecentra actief zijn op de markt van verwerven van archieven. En dat de overheid steeds minder geld over heeft voor deze activiteit blijf ik een politiek vraagstuk vinden. uiteraard heb jij gelijk als je stelt dat de maatschappij grote invloed heeft op de keuzes van de politiek. Dat wetenschappers met behulp van documentatiecentra hun eigen bronnenmateriaal verzamelen is m.i. prima, we rekenen ze immers niet af op het verzamelen maar op het gebruik en daar gelden weer eigen spelregels.

 

De overheid moet voor z'n eigen archieven zorgen. Zo'n 15 jaar geleden hebben we wel geëxperimenteerd met het vervreemden van overheidsarchiefmateriaal aan particuliere documentatiecentra (ik geloof het Moluksmuseum), helaas wordt dat nu weer gesloten en is het de vraag waar de archieven blijven. De waarderingsdiscussie over overheidsarchieven gaat (te) vaak over de uitgangspunten en te weinig over de uitvoering. Ik heb meegemaakt dat de selectielijst voor Nederlandse Gemeenten door de Raad voor Cultuur ten voorbeeld werd gesteld - een lijst gebaseerd op documentomschrijvingen-, terwijl wij -de criticasters van de stukkenlijsten- trainingen gaven aan gemeentelijke DIV-ers om met deze lijst om te gaan. Trainingen waaruit steeds weer bleek dat de DIV-ers in zaaktermen naar de archieven keken en met de stukkenlijst niet zoveel konden. Of rare afwegingen gingen maken. Kortom een rommeltje. En voor deze uitvoeringspraktijk was dan weer weinig gehoor.

Charles ervaart nu het zelfde: focus op papier, met een hele methode discussie vanuit het Nationaal Archief met de (voormalige) CAS en bijbehorend rijksproject. terwijl de uitdaging echt zit in de waardering van archieven in de digitale omgeving. Ik durf de stelling wel aan dat heel weinig archivarissen momenteel enigszins zicht hebben op de informatie ontwikkelingen. En erger er is m.i. veel te weinig aandacht vanuit archiefmanagement voor dit onderwerp en al helemaal geen innovatie noch in denken noch in praktische zin. Stilstand en die is ... Helaas gaat het archiefwezen nu zijn tol betalen voor de extreme focus de tentoonstellingen, fotoplakplaatjes en andere spigeltjes en kraaltjes. Terrwijl de kerntaken van -overheidsarchieven- verwerven en beheren al jaren geleden piepend en krakend tot stilstand zijn gekomen.

Reactie van Sylvia Bakker - Kempen op 20 November 2012 op 10.38

Petra en Max, jullie benoemen de pijnpunten met een doorklinkende teleurstelling.Tegelijkertijd werken wij in een geweldig vakgebied en in een bijzonder tijdperk! Natuurlijk worden er stappen vooruit genomen en ook weer meerdere stappen achteruit gezet. Dat is normaal bij een veranderingsproces. Bezuinigen is ook vernieuwen.

Luud merkt terecht op dat een goede wil van bestuurders essentieel is. De kunst van archivarissen en informatiemanagers is om een gezamelijk belang te vinden en daaraan te werken.

 

Opmerking

Je moet lid zijn van Archief 2.0 om reacties te kunnen toevoegen!

Word lid van Archief 2.0

Zoeken in Archief 2.0

Loading